KOMO Instal - BRL 6000

In 1998 is op initiatief van VNI en UNETO, binnen de installatiesector besloten om uitgaande van de bestaande regeling voor 'Waarborginstallateur'(WBI) een nieuwe procescertificatieregeling op te zetten: KOMO-INSTAL. Deze is gebaseerd op de beoordelingsrichtlijn (BRL) 6000 en is begin 2001 opgenomen in het bouwbesluit. Dit betekend, dat er in de wet van wordt uitgegaan, dat opgeleverde projecten geacht worden aan de wettelijke eisen te voldoen.

 

Begin 2001 is het KOMO-INSTAL procescertificaat geïntroduceerd als erkend kwaliteitssysteem en werd met het afgeven van nieuwe Waarborgcertificaten gestopt. Dit betekend niet dat eerder afgegeven Waarborgcertificaten ongeldig worden. Op het moment dat deze afliepen (2003) is met een aanpassing van het Waarborgsysteem een KOMO-INSTAL certificaat te verkrijgen bij dezelfde certificerende instelling, die ook het Waarborgcertifcaat verleende.

 

De BRL 6000 stelt eisen aan de werkwijze van de installateur, die de Waarborgcriteria bevatten en de volgende aanvullende eisen:

  1. Vaststelling door de installateur of het ontwerp aan de eisen voldoet, ook als een andere partij dat ontwerp heeft gemaakt.
  2. Schriftelijke vastlegging van opdrachten.
  3. Controle van bouwkundige randvoorwaarden.
  4. Controle op transport en opslag van materialen.
  5. Controle op montagewerkzaamheden.
  6. Klachtenbehandeling.

WAT IS HET VERSCHIL MET WAARBORG?

  • KOMO-INSTAL is een procescertificaat en Waarborg een systeemcertificaat.
  • KOMO-INSTAL bevat wettelijke eisen.
  • De certificering is van toepassing op alle door de installateur opgeleverde installaties.

! Per 1 februari 2006 is de BRL 6001 vervangen door de de BRL 6000.