Op 24 mei 2015 is de consultatie afgesloten van het voorstel tot ‘Wijziging Arbowet met het oog op versterken arbodienstverlening’. Dit aanstaande wetsvoorstel komt voort uit het kabinetsstandpunt van 28 januari 2015 over het SER-advies met betrekking tot ‘Toekomst van arbeidsgerelateerde zorg’ van 19 september 2014. Het kabinet heeft ervoor gekozen om het voorstel eerst extern te toetsen alvorens het daadwerkelijk wordt ingediend.

 

De voorgestelde wijzigingen van de Arbowet zijn van belang voor werkgevers, werknemers, bedrijfsartsen/arbodiensten en andere erkende arbodeskundigen, en de preventiemedewerker werkzaam in het bedrijf.

Wijzigingen van de Arbowet

In de brief van 28 januari 2015 zijn de volgende voornemens voor wetswijziging van de Arbowet aangekondigd en verwerkt in het wetsvoorstel:

  • versterking positie van de preventiemedewerker en samenwerking met arbodienstverleners;
  • verduidelijken van de adviserende rol van de bedrijfsarts;
  • het kunnen consulteren van de bedrijfsarts;
  • het basiscontract arbodienstverlening;

Versterking positie preventiemedewerker en samenwerking met arbodienstverleners

Gelet op artikel 31b juncto artikel 27, eerste lid, onder d, van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) bespreken het medezeggenschapsorgaan, de preventiemedewerker, de werkgever en de arbodienst of de bedrijfsarts ten minste eens per jaar de stand van zaken op het terrein van gezond en veilig werken in het bedrijf.

De WOR heeft instemmingsrecht over het takenpakket van de preventiemedewerker. Het voorstel is om bij wet te regelen dat werkgever en het medezeggenschapsorgaan een gezamenlijke opvatting hebben over de persoon van de preventiemedewerker en diens positionering in de organisatie. Dat versterkt de positie van de preventiemedewerker.

In de praktijk adviseert de preventiemedewerker geregeld de arbodienstverleners en werkt hij zo nodig samen. Dat wordt nu ook in de wetgeving vastgelegd, zodat de activiteiten van arbodienstverleners, preventiemedewerker en werkgever goed op elkaar worden afgestemd.

Adviserende rol van de bedrijfsarts verduidelijken

Op grond van de Wet verbetering poortwachter (Wvp) is de werkgever verantwoordelijk voor de verzuimaanpak. Hierbij laten hij en de werknemer zich ondersteunen door een bedrijfsarts. De bedrijfsarts adviseert de werkgever stelt met de werknemer zo nodig een plan van aanpak op voor re-integratie en voert voortgangsgesprekken met de zieke werknemer. De adviserende rol heeft de bedrijfsarts zowel naar de werkgever als naar de werknemer.

In de praktijk komt het echter voor dat de werkgever de verzuimbegeleiding geheel aan de bedrijfsarts overlaat en dat een werkgever daarin niet zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. De bedrijfsarts komt dan voor een afweging te staan waarbij het risico bestaat dat de belangen van de

werkgever zwaarder worden gewogen. Dit terwijl de bedrijfsarts de gezondheid van de werknemers voorop moet stellen.

Om dat risico te verkleinen wordt voorgesteld duidelijker aan te geven dat de rol van de bedrijfsarts bij verzuim van individuele werknemers alleen adviserend is. Het door de bedrijfsarts vasthouden aan die rol draagt ook bij aan de eigen onafhankelijkheid.

Consultatie van de bedrijfsarts

In het kader van duurzame inzetbaarheid wordt van de werknemer verwacht dat deze zich actief opstelt voor wat betreft de eigen gezondheid, ontwikkeling, scholing en mobiliteit. Hierbij past dat alle werknemers de gelegenheid krijgen de bedrijfsarts te consulteren over gezondheidsvragen in relatie tot het werk.

Momenteel heeft driekwart van de werknemers toegang tot een bedrijfsarts. De mogelijkheid een bedrijfsarts te consulteren wordt nu voor alle werknemers bij wet vastgelegd. Dit maakt het onder meer mogelijk de bedrijfsarts te consulteren voordat klachten leiden tot verzuim.

Basiscontract arbodienstverlening

Er is een grote diversiteit aan contracten tussen arbodienstverleners en werkgevers. Veel contracten bevatten echter maar weinig voorzieningen. Dit kan leiden tot ontoereikende zorg. Daarom worden in de wet 5 minimumeisen gesteld aan het contract tussen arbodienstverleners en werkgevers – het basiscontract. De minimumeisen zijn:

 I. Bezoek van de werkplek

In de overeenkomst tussen werkgever en arbodienst of bedrijfsarts wordt opgenomen de mogelijkheid voor een bedrijfsarts om de werkplek te bezoeken.

II. Second opinion

Werknemer heeft de mogelijkheid heeft om het oordeel van een bedrijfsarts te laten voorzien van een second opinion door een andere bedrijfsarts uit een andere arbodienst of een andere zelfstandig werkende bedrijfsarts. Indien na uitvoering van de second opinion begeleiding door een bedrijfsarts noodzakelijk is (bijvoorbeeld in geval van verzuim) dan dient met de voorkeur van de werknemer rekening te worden gehouden en kan de begeleiding aan een andere bedrijfsarts worden overgedragen .

III. Overleg met het medezeggenschapsorgaan

Door deze wetswijziging wordt de bedrijfsarts waar nodig meer betrokken bij het bedrijfsbeleid voor gezond en veilig werken, en bij de werknemers of hun vertegenwoordigers.

IV. Beroepsziekten

De SER signaleerde in het advies tekortkomingen in de melding van beroepsziekten en herbevestigde het belang ervan. De overeenkomst van de werkgever met de arbodienstverlener moet duidelijk zijn over het door of onder verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts opsporen, onderkennen, diagnosticeren van beroepsziekten, het melden ervan conform de ministeriële regeling, en het zo nodig en mogelijk vertalen ervan in preventieve aanpak in het bedrijf of de sector.

V. Klachtbehandeling

Klachtbehandeling is een aspect van kwaliteit. De arbodienstverlener is al verplicht tot een adequate klachtenbehandeling. Met het oog op een goede dienstverlening is het belangrijk dat arbodiensten en zelfstandig werkende bedrijfsartsen bij het aangaan van het contract aan de werkgever en het medezeggenschapsorgaan duidelijkheid geven over hun klachtenprocedure. De klachtenprocedure is ook van belang indien er sprake is van het ontbreken van een vertrouwensband tussen werknemer en bedrijfsarts, bijvoorbeeld als zich eerder conflicten of wrijvingen hebben voorgedaan . De werknemer kan dan verzoeken een andere bedrijfsarts in te schakelen.

Overgangsrecht

Als bij inwerkingtreding van deze wijzigingen de dan bestaande contracten van werkgevers met arbodienstverleners tekort schieten voor wat betreft de nieuwe verplichtingen, kunnen deze contracten een jaar lang ongewijzigd blijven.

Afsluiting

Met de wijzigingen beoogt het kabinet de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening, de preventie in het bedrijf, en de positie van de bedrijfsarts te versterken. In breder verband hebben de maatregelen tot doel om samen met andere maatregelen zoals genoemd in het kabinetstandpunt over de Toekomst van de Arbeidsgerelateerde Zorg, de arbeidsgerelateerde zorg te verbeteren.

De hier besproken maatregelen zullen naar alle waarschijnlijk nog worden bijgesteld naar aanleiding van de consultatie. De reacties uit de consultatie zullen in principe openbaar worden gemaakt. Na verwerking van de reacties zal het wetsvoorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer.

In dit wetsvoorstel gaat het voor een groot deel over de positie van de bedrijfsarts. Zoals recentelijk naar buiten is gebracht door de NVVG speelt rondom de positie van de bedrijfsarts nog een andere discussie. De NVVG (Nederlandse Vereniging van Verzekeringsgeneeskundigen) stuurde op 12 mei 2015 een brief aan de Minister Asscher (SZW) over de ‘Toekomstbestendigheid van het ziektebegrip in de sociale zekerheid’. De NVVG is van mening dat het ziektebegrip niet meer onderscheidend genoeg is om te bepalen of iemand werkloos of arbeidsongeschikt is. Daarnaast geeft de NVVG aan het ziektebegrip te diffuus is geworden. In een interview zegt de voorzitter van de NVVG (J. Faas) dat de druk op artsen om een medisch stempel te plakken op relatief gezonde mensen te hoog is.

Alhoewel het hier gaat om de definitie en de ontwikkeling van het ziektebegrip zijn het met name de bedrijfs- en verzekeringsartsen die dit begrip moeten invullen. Een heldere en ‘gemoderniseerde’ definitie van het ziektebegrip is zeker in situaties van verzuimbegeleiding binnen bedrijven een buiten het bestek van dit wetsvoorstel vallend ander middel om de positie van de bedrijfsarts te versterken.